Over het bouwen van een brug. Niet symbolisch. - Column voor architectuurmagazine Fragile

Dit is geen column, eigenlijk. Dit is een interview, zonder gerichte vragen. Dit is een verhaal, de weergave van een gesprek waarvan ik geloof dat u het ook moet horen. Lezen. Over architectuur en scenografie. Over functie en verlangen. Over het bouwen van een stadion. En nog één. En nog één. Een plek om te voetballen, maar ook een installatie. Een verhaal over het bouwen van een brug. (Niet symbolisch.)

"Waarom plaatsen wij dingen of mensen in het midden wanneer we ze vereren? Waarom staan we rond iemand als we hem pesten of stenigen? We zitten in een arena rond een bokswedstrijd, in een parlement rond ministers. Een straatartiest wordt omringd door zijn publiek. We staan in groep rondom een vuur en hoe dichter we staan, hoe meer warmte we voelen. Wat in het midden van iets wordt geplaatst, krijgt altijd plotsklaps een groter belang."

Jozef Wouters, heet hij. Een scenograaf die zich begeeft binnen het architectuursdiscours. Geboren in 1986 en daarom naar eigen zeggen dus eigenlijk nog een hyperkinetische jonge hond. Begin dit jaar ging hij tien dagen naar de favelas in Rio de Janeiro in Brazilië. Sindsdien is zijn kijk op de dingen onherroepelijk beïnvloed door wat hij daar zag. Jongens die in een straat die steil naar boven loopt voetbal spelen tussen twee open deuren, bij gebrek aan een voetbalveld. Hoe die ruimte hun spel beïnvloedt. Of nog: Brazilianen die de hele dag op zoek zijn naar blikjes, om deze tegen geld in te wisselen bij de ijzersmelterij, maar die toch geen ijzer stelen van de uit stellingen opgebouwde brug –hoewel dat veel gemakkelijker zou zijn- omdat die brug nodig is. De idee dat dingen in de openbare ruimte die je echt nodig hebt, die noodzakelijk zijn, dat je die niet afbreekt. Al het overige heeft vaak eerder de neiging om een noodzaak te creëren dan om er een in te lossen.

Hij zit tegenover me in zijn woning in de oude Rijkswachtkazerne van Antwerpen, en praat met grote gedrevenheid over zijn werk en zijn visie, terwijl mijn vingers over het toetsenbord razen. Uitgangspunt van ons gesprek is de constructie die hij samen met Menno Vandevelde bouwde op de Oude Graanmarkt in Brussel: STADIUM/STADION #3. Een stelling op een plein in de stad, voor één maand, afwisselend dienend als stadion voor touwtrekwedstrijden, als planetarium, als arena waarin vuur wordt gemaakt, of als toren vol stro, maar ook als plaats van waaruit je naar het plein kan gluren, als schuilplaats voor de regen, als plek om je boterhammen op te eten, etc.

"Het schijnt een observatieplaats te zijn. Een plek waar dingen stoppen, een plek om te blijven staan. Net als een standplaats voor paarden of boten of treinen, maar hier bedoeld om mensen te doen stoppen en stil te laten staan bij wat in het midden is geplaatst. Een plaats die vraagt om te worden gevuld en bezet, waar dingen moeten gebeuren."

De liefde voor het bouwen van stadions, komt voort uit een meer centrale interesse voor gebouwen en constructies die een verlangen uitdrukken. In die rij horen ook kranen, hoge torens, tribunes, scheepswerven, afdaken, trappen, bruggen…Op zich zou je kunnen zeggen dat alles een verlangen uitdrukt, maar het wordt pas mooi wanneer het verlangen écht groot is. Een typisch herenhuis, bijvoorbeeld, heeft op geen enkele manier zijn vorm gehaald vanuit het verlangen om onderdak te bieden, om mensen te beschermen tegen de regen, terwijl een afdak dat wél heeft. Dat maakt een afdak noodzakelijk. Een herenhuis daarentegen wil een bepaalde klasse tonen, schoonheid, er ligt ook een verlangen aan de grondslag om binnen een bepaald budget te blijven. Dat is echter veel minder interessant. Architectuur richt zijn pijlen veel te veel naar “functies” en te weinig naar “verlangens”.

Het verlangen van een stadion, is dan een plek creëren waar je zoveel mogelijk mensen zo dicht mogelijk bij een actie krijgt. De vorm groeit vanuit wat er in het midden gebeurt. Het gevecht voor architecten is net vaak, om het verlangen staande te houden binnen het geheel aan regels waaraan zij moeten voldoen. Jozef wil daarentegen in zijn werk de verlangens volledig kunnen uitputten. Het hele gamma aan gebouw, ontwerp, budget, materiaal, etc. schikt zich daar dan naar. Kijk bijvoorbeeld naar de vorm van een baseballveld, waarbij alle stoelen gericht zijn op die ene slagman, een waarbij er een gedeelte vrij blijft van toeschouwers zodat de bal weg kan. Het baseballveld, zijn tribune, de richting en de ticketprijs van de stoelen, enz. is in zijn geheel gericht op het verlangen van die ene man die met een houten stok tegen een bal wil slaan. Dat is toch schoon? En stel dat je een stadion zou willen bouwen voor een eitje dat uitkomt, vanuit het verlangen dat iedereen kan zien hoe dat in zijn werk gaat, dat iedereen dat van dichtbij kan meemaken. Dan bepaalt dat verlangen ook de grootte van je stadion, omdat de actie maar héél klein is.

Vertrekkend vanuit dit idee, heb je drie elementen waarbinnen je keuzes moet maken alvorens te construeren/bouwen: 1. Het verlangen (hieruit volgt immers de vorm. STADIUM/STADION #3 is zo gebouwd dat er zoveel mogelijk mensen kunnen komen kijken naar wat er elke dag gebeurt, maar enkel op een geëngageerde manier: je kon het midden niet zien zonder op de stellingen te kruipen, zonder je te bukken, etc.); 2. De omgeving (STADIUM/STADION #3 neemt alle ruimte in binnen de lantaarns, de bomen en de bankjes op het plein, die het kan innemen. Als een soort rustpunt van maximale grootte); 3. Het materiaal (De stellingen waarmee in Brussel werd gewerkt, zijn niet de doorsnee werkstellingen, ze hebben een gigantische beperking en beïnvloeden daardoor de uiteindelijke vorm, maar deze beperking vloeit wel volledig voort uit een keuze en niet uit noodzakelijk praktische overwegingen). Als je het verlangen, de omgeving en het materiaal slim kiest, kan je iets heel krachtig vertellen. Zo timmert Jozef eigenzinnig aan zijn weg. Er werden reeds één toren en drie stadions gebouwd. In de week van zes april opent een nieuw stadion in Antwerpen, eentje dat kan rijden, dat toelaat dat jongeren kunnen voetballen “waar ze maar willen”. Ze moeten niet wachten op ondernemingen vanuit de stad om een voetbalpleintje te hebben. Ze bouwen zelf met Jozef een plein.

Alles bij elkaar genomen blijft Jozef dus scenograaf, en is hij geen architect. De scenografie is in dit opzicht een vorm van architectuur die sneller gaat, die minder kost, die minder regels moet volgen. De architectuur als kunstvorm wordt hierbij bekritiseerd, vanuit de vraag of zij wel in staat is om iets fundamenteels te kunnen vertellen over de wereld, over de publieke ruimtes en over hoe wij omgaan met elkaar. De snelle shifts in het maatschappelijk leven en de manier waarop wij daarmee omgaan, staan nogal haaks tegenover de logheid, beregeldheid, traagheid en kostelijkheid waar architectuur vaak mee gepaard gaat.

Tegelijkertijd heeft Jozef ook wel de hoop om ooit een definitieve vorm te vinden, iets dat langer meegaat. Een brug bouwen –het verlangen om aan de overkant te geraken- niet symbolisch maar écht, vanuit noodzaak. Architecten maken immers een keuze die soms eeuwen lang stand houdt. Jozef daarentegen, doet bijna elke dag iets anders, beïnvloedt elke dag de constructie die hij heeft neergezet. En zo ziet hij ook dat zijn verwachtingen niet altijd overeen komen met het uiteindelijke effect. Net zoals een architect alleen maar kan hopen dat zijn gebouw uiteindelijk zal functioneren zoals die het heeft voorzien (of nog maar: dat er iemand zal zijn die het onderhoudt. Dat er iemand zal zijn die ernaar kijkt.). Jozef had bijvoorbeeld verwacht dat er veel meer mensen zouden komen picknicken op zijn STADIUM/STADION #3. Toen hij hier met een zeventig jarige vrouw over sprak, zei zij: “Jamaar, picknicken, hier zijn toch geen stoelen? Je hebt een gebouw gemaakt voor 25-jarige jongens met broeken die vuil mogen worden.” En zo is het ook. Je beeldt je een bepaalde situatie in, een bepaald soort volk, en daardoor vergeet je soms wat het effect daarvan kan zijn. Toen het stadion de dag erna vol stoelen stond, zat hij dan ook plots stampvol volk. Weer komt hier die directe vorm van zijn werk boven: je doet iets, en je ziet onmiddellijk het gevolg ervan. Zo heeft hij ook een dag heel de arena vol matrassen gelegd, en vervolgens het gehele stadion ingepakt met karton. De verwachting was, dat na enkele dagen stukken karton zouden zijn weggesneden, afgescheurd, dat mensen zich een weg naar binnen zouden hebben gebaand. Dat de buitenkant vol graffiti zou staan. Maar dat gebeurde niet. Er ging zelfs geen enkele zwerver in slapen. En nog: op een dag was het aan het regenen. Een groep zwervers stond naast het stadion, in de regen. Zij kregen het aanbod om te gaan schuilen in het stadion, maar weigerden dit. Ze vonden het niet nodig. Pas toen het héél hard begon te regenen, zijn ze in het stadion gaan staan. Toen pas had de constructie voor hen een bepaalde noodzaak. Het stadion was een noodzakelijk afdak geworden. Sinds die dag hebben ze wel dagelijks het stadion bezocht.

Ik vind het werk van Jozef binnen een architectuurtijdschrift interessant, omdat zijn constructies tot nu toe veel te veel benaderd worden vanuit de podiumkunsten. Dat is op zich niet verwonderlijk, je zou het bouwen van zo’n constructie op zich ook als performance kunnen zien, maar tegelijkertijd sluit een eenzijdige visie (en subsidie) vanuit ‘de theaterwereld’ een veel breder debat over architectuur en scenografie buiten. Wat als je een tribune bouwt, rond een bouwwerf? Wordt de architectuur dan de performance, en is de tribune dan het gebouw? En in hoeverre klopt het, dat verlangens moeilijk maximaal uit te putten zijn binnen het regelenkader van de architectuur? Is een kunstwerk/gebouw dat niet gebruikt wordt, daarom geen goed kunstwerk/gebouw? Ik geef u dit verhaal mee. U doet er mee wat u wilt. Ik kan alleen maar hopen dat u een kijkje neemt op www.mennomichieljozef.be, dat u verwonderd geraakt, en dat hier een discussie uit ontstaat.

"Op een dag staat er een grote kubus in het midden van die constructie op dat plein. En iemand bespeelt een instrument. En er is licht dat het gezellig probeert te maken. En overal staan mensen, veel te veel, er is niets meer van die muzikant te zien. Iemand zegt dat ze zoiets beter gewoon in een theater kunnen doen, of op een podium dat daarvoor is uitgerust. Iemand anders zegt: dan had dit nooit exact zo kunnen gebeuren."

Shoutbox

 

Debbie Marcelis (11 maanden geleden)

mooi :o)

Robby Naets (11 maanden geleden)

wow

Robbe van Lier (11 maanden geleden)

nice

Robby Naets (11 maanden geleden)

wel een lang artikel

Frederik Naets

Frederik Naets (11 maanden geleden)

wow

Robbe van Lier (11 maanden geleden)

woww

yoshi van bogaert (11 maanden geleden)

schil

Robby Naets (11 maanden geleden)

lol

Robby Naets (11 maanden geleden)

cool

Robbe van Lier (11 maanden geleden)

cool

Robby Naets (11 maanden geleden)

lol

Robbe van Lier (11 maanden geleden)

'lol'

Robbe van Lier (11 maanden geleden)

blijven reageren :p

Jonas De Munck (11 maanden geleden)

ja is inderdaad wel lang!

Robby Naets (11 maanden geleden)

lol

Frederik Naets

Frederik Naets (11 maanden geleden)

lol

Robby Naets (11 maanden geleden)

wow

Robbe van Lier (11 maanden geleden)

nice

Robby Naets (11 maanden geleden)

nice

Robbe van Lier (11 maanden geleden)

jep

Robby Naets (11 maanden geleden)

lol

Frederik Naets

Frederik Naets (11 maanden geleden)

lol

Robbe van Lier (10 maanden geleden)

'lol'

Robby Naets (10 maanden geleden)

inderdaad lol

Vinnie Michiels (10 maanden geleden)

nice

Frederik Naets

Frederik Naets (10 maanden geleden)

ok

Robby Naets (10 maanden geleden)

top

Frederik Naets

Frederik Naets (10 maanden geleden)

veel tekst

Frederik Naets

Frederik Naets (10 maanden geleden)

tof

Robby Naets (10 maanden geleden)

lol

Margot Van Ghelder (10 maanden geleden)

wow

Frederik Naets

Frederik Naets (10 maanden geleden)

lol

Robbe van Lier (10 maanden geleden)

nice

Robby Naets (10 maanden geleden)

top

Frederik Naets

Frederik Naets (10 maanden geleden)

lol

Nadia Curinckx (9 maanden geleden)

Goed geschreven

Ine Huybrechts (7 maanden geleden)

Zo diepzinnig zeg..

Miek van Dijck (7 maanden geleden)

sjiek :)

Miek van Dijck (6 maanden geleden)

dat ge 'lol' is echt vervelend eigenlijk :)

Nadia Curinckx (6 maanden geleden)

:)

Antwerpen Europese Jongerenhoofdstad 2011